WAARNEMING
Schrijven was niet wat ik dacht
Drie jaar luisteren naar mijn eigen verhaal.

Het begon als een scriptie.
Drie jaar geleden, in het laatste jaar van de Zijnstraining, schreef ik een eindwerkstuk dat ik op dat moment beleefde als een afronding. Een document. Iets om in te leveren. Wat ik toen niet kon zien was dat ik onbedoeld een zaadje had geplant. Een paar regels die zich niet door me lieten afsluiten.
Op het oppervlak ging het over waarneming. Zintuigen, aandacht, hoe bewustzijn de werkelijkheid kleurt voordat de werkelijkheid ons bereikt. Maar elke keer dat ik dacht klaar te zijn, kwam er iets onder vandaan. Een herinnering. Een patroon. Een doorgegeven beweging waarvan ik niet wist dat ik haar droeg.
Schrijven werd een reis.
Niet alleen door de tekst, maar door iets veel breders. Door het eigen zenuwstelsel, dat ineens leesbaar werd in de taal van Stephen Porges en de polyvagale theorie. Ventrale verbinding, sympathische activatie, dorsale afsluiting. Niet als concept, maar als landkaart van toestanden waarin ik mijzelf jarenlang had herkend zonder er een naam voor te hebben. De scanner van de ondernemer, scherp en effectief, draaiend op cortisol. De instorting die volgt wanneer een te lang volgehouden activatie haar prijs int.
Door de denksystemen die ons kijken hebben gevormd. Descartes’ splitsing van geest en lichaam, de productiviteitscultus van het moderne kantoor, de aanname dat overleven en presteren synoniem zijn.
En door wat daar onder lag of naast bestond. Tibetaans-boeddhistisch onderricht over de mooie monsters — vastgezette spanningen die ooit redden wat er gered moest worden, en die later, lang nadat het gevaar voorbij was, bleven werken alsof het er nog stond. Soefistische tradities van luisteren met het hart. Andese kennis van een levende wereld die door het lichaam wordt ontvangen, niet door het verstand wordt gecategoriseerd.
Door reizen die geen vakanties waren. Lerab Ling. Kopan. Frandeux. Maastricht, waar het in 2004 begon. Plekken waar het lichaam iets wist voordat het hoofd een vraag kon stellen.
En door de neurowetenschap die deze tradities niet vervangt maar bevestigt. De insula die lichamelijke signalen omzet in bewustzijn. De interoceptieve receptoren die eerder spreken dan het verstand. C-tactiele vezels die aanraking verbinden met sociale binding. Wat eeuwenoude tradities handshake noemen, heet in onderzoekstaal interoceptive awareness. Hetzelfde verschijnsel, twee talen die elkaar nodig hebben.
Aanwezigheid is geen zachte vaardigheid. Het is de meest fundamentele competentie die er bestaat.
Wat in drie jaar schrijven verscheen was niet een boek over een man. Het was een kaart van de plekken waar de mens iets anders ontmoet dan zijn eigen verhaal. Waar het zenuwstelsel ontspant. Waar de cultuur even wegvalt. Waar het denksysteem niet hoeft te corrigeren. Waar de reis stilstaat en het luisteren begint.
Voor wie leidt, voor wie zorgt, voor wie iets wil maken dat groter is dan zichzelf.
Een oefening voor onderweg
Neem deze week één moment waarin je een spanning opmerkt. Niet de grote. Een kleine. Die ene die je doorgaans wegslikt en doorgaat. Een knoop in de keel voor een gesprek. Een vernauwing in de borst wanneer je een mail opent. Een spanning in de schouders die je doorgaans pas ’s avonds opmerkt.
Stop even. Niet om iets te doen. Adem rustig. Laat de gedachte erover los, niet het gevoel — alleen het verhaal eromheen. Voel waar het zit, hoe het zit. En doe niets.
Niet weglopen. Niet ingrijpen. Niet proberen het te kalmeren. Alleen aanwezig zijn, dertig seconden, een minuut. Een handdruk geven aan wat zich daar al lang heeft opgehouden.
Wat hoorde je toen je niets meer deed?
Vrijdag 12 juni, ergens op de Camino



